De hernia
Slijtage of degeneratie van een tussenwervelschijf is een normaal proces dat bij iedereen in meer of mindere mate plaatsvindt. Daarbij kan de tussenwervelschijf gaan uitpuilen maar er kan ook een scheur in de vezelring optreden, waardoorheen stukken uit de kern naar achteren kunnen worden gedrukt in de richting van het wervelkanaal. Meestal scheurt de ring op de zwakste plek, precies waar de zenuwwortel het wervelkanaal verlaat. Iedereen kan een hernia krijgen. Waarom dit bij de een wel en bij de ander niet gebeurt, is niet bekend.
Vaak gaan nekklachten vooraf aan het optreden van een hernia. De verschijnselen van de hernia bestaan uit pijn die in de arm uitstraalt, eventueel met een doof of prikkelend gevoel. Deze pijn treedt min of meer op in het verzorgingsgebied van de zenuw waarop de druk wordt uitgeoefend, al is dit niet zo typisch als bij de hernia onderin de rug. Druk op de zenuw kan functieverlies functie van de zenuw betekenen.
De functie van de zenuw is tweeledig: de zenuw verzorgt de spieren maar ook een huidgebied. Iedere zenuw heeft zijn "eigen" spier en huidgebied. De stoornissen, die kunnen optreden, bestaan uit verlammingsverschijnselen van een of meer spieren of een prikkelend dan wel doof gevoel. Omdat bij hoesten, niezen en persen (HNP) de druk in het wervelkanaal wordt verhoogd dus ook op de zenuwwortel, kan de pijnuitstraling toenemen. Als er sprake is van een grote, meer in het midden gelegen hernia (eventueel bij een al nauw wervelkanaal), kan het zijn dat er vooral druk wordt uitgeoefend op het ruggenmerg. Dit geeft dan verschijnselen in de benen, zoals loopstoornissen.